Gevelde reus

17 May 2012 (14:33) | Sander Kollaard | Geen reacties

 

 

 

 

 

 

 

De lente is aan het sukkelen geraakt. Het regende de afgelopen dagen aan een stuk door. Boven de velden hangen kakafonische luchten – het werk van een atmosferische action painter die van wind, wolken en scheuten zonlicht woeste vergezichten maakt. Tevreden is hij nooit: nu voegt hij er nog een vlaag paarsblauw aan toe, dan nog wat grijswitte slierten, en daar haalt hij met een veeg van zijn hand een strook hemelsblauw tevoorschijn.

Gisteravond brak er een onweer los met geweldige rukwinden, zodat ik mijn hart vasthield voor de paar dode bomen die in de buurt van het huis staan. Afgelopen winter is zo’n kreng gesneuveld, in een storm. Hij stond gelukkig wat verder van het huis en viel precies tussen twee schuurtjes in. Als je er dan bij staat, zie je opeens wat een ongelooflijke hoeveelheid hout dat is, zo’n dode boom, en wat een ravage zo’n val aanricht. Dat heb je liever niet op je dak.

Ooit heeft hier een mysterieuze bomenziekte gewoed. Her en der rond het huis staan nog de slachtoffers, de lijken, jaar na jaar kaalgevreten door weer en wind: eerst de twijgjes, dan de wat grotere takken, dan de nog grotere; ondertussen liet de bast los in lange repen die neerhingen als oud behang en tenslotte vielen; aan de voet van de overleden reuzen liggen deinende tapijten van halfverteerde schors. Wat resteert zijn grove, starre, door zon en sneeuw gebleekte skeletten. Zo kunnen ze nog jaren blijven staan, kennelijk onaangedaan, maar van binnenuit aangevreten door de hemel weet wat voor rot. Het is een kwestie van tijd, zoals alles: een onweersbui, een rukwind, en daar gaat-ie.

Bomen wekken de indruk dat ze alles kunnen doorstaan, maar dat is dus niet zo. Misschien dat ik daarom, afgelopen winter, kijkend naar die door de winterstorm gevelde reus, iets voelde dat ik alleen maar kan omschrijven als rouw – een verdriet dat enkele dagen als een heidebrand onder de oppervlakte woekerde en waaruit af en toe een woedende vlam oplaaide die meteen weer neersloeg, ingerekend door de eigen machteloosheid.

reacties >
 
Naam:
E-mail:
Website:




Studeerkamer

15 May 2012 (7:45) | Sander Kollaard | 1 reactie

 

 

 

 

 

 

 

Gister wilde Jona in mijn werkkamer spelen, op geleide van een ingeving waar ik slechts naar kan gissen – de behoefte misschien om een mannenverbond te smeden, of een brug te slaan tussen zijn vijf en mijn vijftig jaren, tussen zijn perzikzachte huid en mijn ongeschoren wangen, zijn deinende krullen en mijn grijze slierten, zijn ogen waarin de wereld zachtjes glanst en de mijne die, enfin. Ik moest werken, wilde mijn kop erbij houden, maar kon hem natuurlijk niet weerstaan en haalde gehoorzaam de bak met Kapla terwijl hij zelf met een armvol bussen en vrachtauto’s aan kwam rennen.

De kamer van mijn vader, vroeger, op de Pluimessenlaan: niet zijn werkkamer maar zijn studeerkamer. Het was een kleine, met boeken beklede ruimte. De boeken waren een spiegel van zijn interesses: theologie, kunstgeschiedenis, Israël, natuurwetenschappen. De kasten zelf lieten zien hoe de wereld veranderde: van de bij hun huwelijk door een timmerman op maat gemaakte houten kasten, via de lichte, zonnige Tomadorekjes, naar de stalen, nogal grimmige systeemkasten van de firma Ahrendt.

Onder het raam een lichthouten bureau, Scandinavisch, dat hij nog altijd heeft, het bureaublad ordelijk maar altijd in bedrijf. In de loop der jaren was het de betrouwbare drager van een hoge, zwarte typemachine, een lichtgrijze portable, en uiteindelijk een computer. Onder die typemachines lag een dikke, grijze mat om het geluid van zijn getik te smoren, maar dat hielp niet veel: hij schreef met inzet. De laden van het bureau bevatten overzichtelijke verzamelingen van pennen en potloden, een puntenslijper, een nietmachine, een rol plakband, en de van oude repetities of vergadernotulen gesneden notitieblaadjes. Het ladenblok met het Alzicht Hangmappensysteem, naast het bureau, bracht zijn zin voor orde en systeem tot nieuwe hoogten.

Op de lichtgrijze stenen vensterbank stond een holle, houten appel met een dekseltje dat opgetild kon worden aan het steeltje. Als ik me goed herinner zaten er postzegels in. Daarnaast stonden foto’s van de kinderen – mijn zusje, zes, zeven jaar, met een verlegen glimlach, het kruis van haar maillot tot onder de rand van het korte jurkje gezakt -, de wat onbeholpen bouwsels en baksels die we meenamen van school, en de dieren die hij zelf maakte van aan het strand gevonden voorwerpen – gebleekte en uitgeloogde stukken hout, veren, schelpen.

Ergens hing een foto van Golda Meir, ergens anders eentje van Martin Buber.

En wie naar buiten keek – maar dat deed hij denk ik maar zelden – zag een tableau van achtertuintjes en schuurtjes, het poortje, het tweelingrijtje woningen aan de Notenlaan, alles even privaat als openbaar en alles even ordelijk als kleurrijk, in elkaar gestoken als Ministeck.

Een paar duizend kilometer noordelijker en een handvol decennia later speelt Jona in mijn werkkamer. Als ik tijd van leven heb zal ik horen wat hij zich ervan herinnert. Veel zal het misschien niet zijn want hij gaat op in het bouwen van een intrigerend patroon van Kapla, aan een stuk door pratend, het is een weg, nee een parkeergarage, nee gewoon een gebouw pappa. Eenmaal klaar manoeuvreert hij met de bus en de vrachtauto in het bouwsel, nu in stilte, verzonken in een vlinderlichte ernst die ik niet waag te verstoren.

reacties >
 

Mooi stukje, Sander. Helaas moet ik het hierbij laten, omdat Nadim nog te jong (en misschien te Nederlands) is voor Kapla, en dus de hele tijd het snoer uit mijn laptop rukt.

Reactie van gilles, May 16, 2012 @ 9:56 am

 
Naam:
E-mail:
Website:




Femen

13 May 2012 (14:34) | Sander Kollaard | Geen reacties

 

 

 

 

 

 

 

Jarig. Daar hoort ontbijt op bed bij, gezang, cadeaus, en een waxinelichtje waarvan de hitte een kleine draaimolen aandrijft. Aan de uiteinden van de schuingeplaatste schoepjes hangen verjaardagstaartjes met de tekst happy birthday. Het is een wat ongelukkig symbool: zo’n in zinloze rondjes draaiend molentje dat met het doven van de vlam geruisloos tot stilstand zal komen.

Maar ik ga niet miezeren. Daar is geen reden toe. Neem het nieuws. In Oekraïne heeft een topless activiste van Femen geprobeerd de EK-beker te jatten. Het is niet gelukt, maar dat is het punt niet. Femen bestaat uit een groep van zo’n driehonderd jonge vrouwen die, doorgaans topless, protesteren tegen sekstoerisme, seksisme en andere narigheid. Het is een aanstekelijk protest. Het aardigste ervan is dat ze hun tegenstanders in hopeloze verlegenheid brengen. Hoe behoud je als gezagsdrager de waardigheid van je ambt als je een halfnaakte, spartelende vrouw in de boeien moet slaan? Inderdaad, dat gaat niet.

 

 

 

 

 

 

 

Het doet me denken aan het onvergetelijke programma De bevalling, van SBS geloof ik, jaren geleden. Aan de randen van het beeld zag je vaak de man, de vader, verbeten glimlachend in starre paniek, nog niet zo lang geleden frontsoldaat maar opeens achter vijandige linies. Ik heb me indertijd tranen in de ogen gelachen.

Stel, we winnen het EK. Een gelukkige 1 – 0 tegen Duitsland. Van Bommel staat op het punt de beker te ontvangen uit handen van Willem-Alexander. Naast de prins staat Maximá, stralend als altijd, maar dan zie je het opeens, iets in haar ogen, iets in haar houding: een ongebruikelijke ernst. Wat gebeuren moet gebeurt vervolgens: met een groots gebaar rukt ze het lijfje van haar oranje mantelpakje open en toont de wereld haar royale borsten, de een beschilderd met de Nederlandse vlag, de ander met de Duitse, en op haar buik, in rode lippenstift: lieve pappa, wegkijken is soms hetzelfde als meedoen.

En dan moet je dus goed letten op Mark van Bommel.

reacties >
 
Naam:
E-mail:
Website:




Aan den dikken os

11 May 2012 (8:23) | Sander Kollaard | Geen reacties

 

 

 

 

 

 

 

In de zomer van 1908 was de net 26-jarige Nescio in Veere en schreef er een paar brieven aan zijn hoogzwangere vrouw, Agathe Tiket. Liefi, zo luidt de aanhef van de eerste brief. Aan den dikken Os, staat er boven de tweede.

In Veere beleefde Nescio na een wat moeizame start een paradijselijke tijd die hem het materiaal gaf voor De uitvreter. In de brieven die hij aan zijn vrouw schreef zie je dat verhaal al opwellen. ‘En ‘t tij kwam in en ‘t tij ging uit; ‘t water rees en viel.’

In haar nabeschouwing schrijft Lieneke Frerichs, die Nescio’s verzameld werk en ook deze brieven bezorgde, dat Nescio in Veere zijn grote thema’s vond: het verlangen naar momenten dat we onszelf verliezen in een groter geheel, opgaan ‘in God’, zoals Nescio het zelf schreef, en het onvermogen om zulke momenten vast te houden. ‘God’s doel is de doelloosheid’, zo beschreef Nescio het in Titaantjes. ‘Maar voor geen mensch is weggelegd dit bij voortduring te beseffen.’

‘Zoiets als dit heb ik nog nooit beleefd’, schrijft hij op 11 juni 1908, ‘De stokoude Indiers moeten Veere bedoeld hebben toen ze den lui ‘t Nirwana voorhielden, ‘t niet zijnde zijn. Alles is goed en d’r kan niets dan goeds komen. Eigenlijk wordt hier heelemaal niet gedacht. Soms springen mij vanzelf de tranen in de oogen, zoo maar zonder dat ik ergens aan denk, enkel van de welbehagelijkheid.’

Het Nirwana had aardse kanten, zoals het hoort, en ze geven de brieven soms een scherp kantje. Ergens staan een paar achteloze maar nogal schokkende regels over het doodtrappen van een zeehondje. ‘De Arnemuider had ‘m in een ommezien bij z’n achterpooten in de hoogte en maakte ‘m met zijn waterlaarzen af voordat i goed wakker was. Dat geeft een rijksdaalder premie van ‘t rijk.’

Gevoeligheden zijn afhankelijk van tijd en plaats, dat wordt maar weer eens duidelijk. Dit blijkt ook wel uit het feit dat Nescio zijn hoogzwangere vrouw en zijn één jaar oude dochtertje Ati in Amsterdam achterlaat, kennelijk zonder gewetensproblemen. Lieneke Frerichs heeft een ontroerend briefje van Nescio’s vrouw in het boekje opgenomen. Haar frustratie wordt hier en daar duidelijk. ‘Api verlang je nu helemaal niet naar ons? Niet erg hè?’ Toch is de dikke os een ongelooflijke lieverd, ondanks de frustratie. ‘Dag paatje, maak maar veel plezier hoor en amuseer je uitstekend.’

Je zou de in zichzelf verzonken jonge schrijver alsnog terug willen sturen naar Amsterdam, naar zijn vrouw en dochtertje, maar dan hadden we misschien De uitvreter moeten missen en dat heb ik er nou ook weer niet voor over. Het zou nog anderhalf jaar duren voordat Nescio met dat verhaal zou debuteren, in De Gids, inmiddels vader van drie dochters en de vierde onderweg.

Nescio. Brieven uit Veere. Bezorgd en toegelicht door Lieneke Frerichs. Van Oorschot, 2010.

reacties >
 
Naam:
E-mail:
Website:




Alles wordt weer aarde

9 May 2012 (7:03) | Sander Kollaard | 1 reactie

 

 

 

 

 

 

 

 

Afgelopen weekend hebben we een stuk weide afgebrand en omgespit om er een moestuintje aan te leggen. Mijn eerste moestuintje had ik in Nederland, aan de Vecht. Daar kwamen op zonnige dagen hele slierten motorrijders voorbij, loodgieters en verpleegkundigen en accountmanagers en verzuimambtenaren en it-consultants, relaxend in het stiltegebied, geloof het of niet. Op betere momenten was het er een paradijs: het water van de Vecht donkergroen, de weilanden vol scholeksters en kieviten en ganzen, de wolken als slagschepen, zo laag dat je ze bijna kon aanraken. De tweede moestuin had ik in Zweden, bij ons vorige huis, daar vraten reeën de sla op. Nu dus nummer drie: de blaren staan me in de handpalmen maar dat hoort erbij. 

Om de grond te verbeteren verzamelen Jona en ik paardenstront in het veld waar vorige zomer vijf ponies stonden. De vijgen zijn half gedroogd maar bij openbreken nog smeuïg, ongeveer zoals goede gehaktballen. Er zitten ook een paar stapeltjes met keiharde keutels bij en iets wat kennelijk diarree is geweest maar inmiddels is ingedroogd tot een plakkaat dat zich goed laat opscheppen. 

- Wordt alles weer aarde, pappa?
- Ja, alles wat leeft in elk geval.
- Maar poep leeft toch niet?
- Nee, maar dat komt uit iets levends, dat telt ook.
- Hoe wordt poep aarde?
- Het valt uiteen in kleine stukjes, en die worden opgegeten door wormen, en die maken er aarde van.
- Eten wormen poep?
- Wormen eten alles, net als de Fransen. En wormenpoep, dat is dus aarde.

Hij denkt hierover na terwijl we de vijgen bij elkaar harken en opscheppen. De zon schijnt, groene sprieten komen tussen het verdorde gras van vorig seizoen tevoorschijn, in de sparren verderop tikt een specht, maar ik kijk alleen maar naar mijn kind: een fronsje boven de neus, lange haren die alle kanten op waaien in het lentewindje, en in zijn blauwe ogen de wereld een goede maar onbegrijpelijke reus.

reacties >
 

Ik zeg altijd maar zo: “Alles van aarde is eerloos”.!

Reactie van Louche Bert, May 16, 2012 @ 11:06 pm

 
Naam:
E-mail:
Website: