Vergeten dichters gezocht
Patricia Lasoen
Dit jaar is het tien jaar geleden dat Joris van Casteren zijn weergaloze In de schaduw van de Parnassus publiceerde, een boek met meer dan twintig vraaggesprekken met vergeten dichters dat ik inmiddels al drie keer gelezen heb. Toen Van Casterens vergeetboek gepresenteerd werd, nodigde hij een zestal dichters uit die jaren niet meer hadden voorgelezen. Het was, zonder overdrijven, de enige literaire avond die mij tot tranen roerde.
In een column in De Spits schreef Tommy Wieringa destijds over de bijeenkomst: ‘Er zijn deze avond ook dichters aanwezig die nog niet vergeten zijn, maar in de bloei van hun carrière verkeren. Na de parade van vergetelheid is de stemming onder hen enigszins bedrukt. De Groningse bard Jean Pierre Rawie vindt het opeens machtig benauwd en verlaat de zaal met de woorden: “Ik ga maar vlug weer aan het werk.” (…) Mustafa Stitou (“ik ben de eerstvolgende vergeten dichter”) rookt meer dan dat hij ademhaalt. Neeltje Maria Min heeft de zaal al in een vroeg stadium verlaten met een plotselinge koortsaanval.’
Laatst vroeg ik Neeltje Maria Min of zij niet nog een geschikte kandidaat wist, waarop ze me schreef: ‘Gisteren wist ik een nog een heel goeie vergeten dichter, nu ben ik ‘m vergeten.’
Op donderdag 31 mei wil ik als kersverse stadsdichter van Amsterdam opnieuw een avond met vergeten dichters organiseren. Het spreekt voor zich dat het geen aapjes kijken moet worden, de dichters moeten met alle egards worden ontvangen en telkens ook even geïnterviewd worden. Tien jaar geleden beweerde Peter Simpelaar, de ‘Hollandse Rimbaud’ van de bundel Verzamel de wolken op je gemak, na afloop van zijn voordracht: ‘Dertig jaar is niets, vanavond is alles.’
Mijn vraag is: aan welke vergeten dichter denkt u als u dit leest? Aan Hans Vlek? Aan Patricia Lasoen? Aan Mickey Walvisch? Of eerder aan Lernert Engelberts, Jo Govaerts, Serge van Duijnhoven, Koos Dalstra, Micquel DeClerq of Jan Blokker junior? Frans Pointl en Astrid Roemer, beiden toch vooral prozateurs, publiceerden ook dichtbundels. Misschien ook zou T. van Deel moeten worden uitgenodigd, al zou het natuurlijk best kunnen dat hij dit jaar een nieuwe bundel publiceert.
Michael Deak, de enige dichter uit Van Casterens boek die niet vol rancune op zijn dichterstijd terugkijkt, is nu al van harte uitgenodigd. En toch: er moeten vast meer intrigerende namen zijn. Denkt u gerust met mij mee.








Ik wijs u graag op de vergeten dichter Joris van Casteren die, sedert zijn poëziedebuut in 2001, geheel ten onrechte louter als prozateur te boek staat. Uit zijn bundel Grote atomen: ‘Ze woont in de gezelligste buurt / van het land maar kampt met / ongeneeslijke jusvlekken’.
Reactie van Nik Berkouwer, January 27, 2012 @ 11:27 am