Lieve L,

4 November, 2009 (15:38) | Brief

DSC01146De eerste keer dat ik je ontmoette was diep in de nacht. We waren allebei slapeloos en hadden zin in een klein feest, maar nergens in de stad was feest, dus bedachten we er een. ‘Ik draag een grote veelkleurige wollen trui,’ zei jij, ‘kan je niet missen.’ Dat klopte toen ik je op de Berlagebrug zag staan, groot, veelkleurig en van wol was je trui. Later zat je op een stoel tussen enorme stapels literaire tijdschriften en boeken. We dronken rode wijn en spraken over hardlopen langs de Amstel wat jij graag deed en waar ik niet aan zou moeten denken, over omgang met mensen, over familie en vrienden, boeken en uitgevers. Toen we al veel gedronken hadden uiteindelijk over liefde, onzekerheid, angst, agressie en gevoelloosheid. Al die gevoelens leken niet bij elkaar te horen, maar juist ook weer wel. Er is natuurlijk niet zoiets als goed en fout als het om gevoelens gaat.
Ik bedenk altijd tijdens zulke gesprekken dat woorden werkelijk tekortschieten, dat hoe duidelijk hetgeen je wil overbrengen ook in je hoofd zit, het onmogelijk is je werkelijk uit te drukken. Het blijft een brei waarin je graait en waaruit je het juiste hoopt op te diepen; soms lukt dat heel aardig en andere keren kun je je hoofd wel kapotslaan van ellende en spijt hoe je bepaalde dingen wel of niet hebt gezegd.

Later zagen we elkaar op een bijeenkomst van een tijdschrift waar we die maand allebei instonden. Ik met een verhaal, jij met een aantal gedichten. Vrijwel niemand kende we en vrijwel niemand ons. Je zei het niet, maar ik had het idee dat je dacht toen je met je glas wijn in een hoek stond: ‘Hoe zullen de mensen mij zien. Welke indruk geef ik ze?’ Weet je, opeens weet ik vrij zeker dat je dat wel degelijk hebt gedacht. Er waren mozzarellasticks en we dronken witte wijn.

Je zei op een ander feestje (waarvan ik de naam niet zal noemen omdat anders straks de halve wereld zou willen deelnemen) dat je de indruk kreeg dat mensen je zagen als arrogant en gevoelloos en dat dat nooit de bedoeling is geweest. Ikzelf denk dat mensen die mij niet goed kennen ook die indruk krijgen. Het is heel normaal als je onzeker bent om jezelf uit alle macht proberen te beschermen. Dat de ander dat als arrogantie ziet is kortzichtig, want het is juist heel anders, het omgekeerde van arrogantie, maar wat hebben we in godsnaam met die mensen te maken?
Ik las je een stuk voor uit de dagboeken van Sylvia Plath:

“Er zijn momenten dat ik word overvallen door een gevoel van verwachtingen, alsof er iets onder het oppervlak van mijn denken ligt te wachten totdat ik het oppak. Het is hetzelfde hunkerende gevoel als wanneer een naam je bijna te binnen schiet, maar je hem niet te pakken kunt krijgen. Ik voel het als ik denk over mensen, over kleine tekenen van evolutie die worden ingegeven door het trekken van verstandskiezen, onze kaak die smaller wordt omdat hij niet langer zulk grof voedsel hoeft te vermalen als hij gewend was; het geleidelijk verdwijnen van haar op het menselijk lichaam; het wennen van het menselijk oog aan kleine gedrukte letters, het snelle, kleurige bewegen van de twintigste eeuw. Vaag en onduidelijk komt dat gevoel op als ik denk over verlengde adolescentie van onze soort, de riten van geboorte, huwelijk en dood, alle primitieve, barbaarse plechtigheden die voor het moderne leven gestroomlijnd zijn. Die onberedeneerde, dierlijke zuiverheid was het beste, denk ik bijna. O, er is daar iets dat op me wacht. Op een dag zal misschien plotseling de openbaring mij ten deel vallen en zal ik de andere kant van deze enorm groteske grap zien. En dan al ik lachen. Dan zal ik weten wat het leven is.”*

Zo was het natuurlijk wel, beter verwoorden is misschien onmogelijk. Daarna zei je dat je op een eerstvolgend verkleed feest met een oven over je hoofd zou gaan lopen.

Even later vroeg ik voorzichtig of ik je handen en voeten mocht gebruiken voor een film. Dat mocht, als je maar onherkenbaar in beeld zou komen en ik je naam zou mystificeren tot slechts de letter ‘L’. In ruil voor je medewerking wilde je een aantal verhuisdozen, en die kreeg je.

Ik denk aan Sam, waar we broodjes aten en een tekening maakten die nu nog steeds boven de bar hangt, en waar jij je jurk bevuilde met knoflooksaus. Of je rammelende fiets en je motorhandschoenen waarover je vertelde dat ze van iemand anders waren, dat jij nooit zulke handschoenen zou kopen. Of je muts, die je soms ook in huis droeg omdat de verwarming het niet deed. Of de enorme ladder in je panty die ik laatst zag toen je vertelde over de schuwe, getraumatiseerde kanarie die je ooit had en waar je veel van hield. Ik weet vrij zeker dat je van die ladder in je panty wist maar het je niets interesseerde. Waarom zou iemand ook geen ladders mogen dragen dacht ik. Ik vond het ontroerend weet je dat?
En dan zie ik je in gedachten in een pakhuis over sanitair klimmen met een klembord in je handen, je noteerde bestellingen voor klanten in het hele land. Er was een koffiehoekje daar, dat was wel een voordeel, zei je. Hoe kan iemand jou dan ooit van arrogantie betichten Lieke? (Pardon, noem ik toch je naam. Vergeef me).

Als laatste vertel ik hoe je me die eerste keer dat we elkaar zagen tijdens dat besloten mini-feest, zei dat je je niet voor kon stellen dat iemand verliefd op je zou worden. Ik vond dat heel verdrietig om te horen, want ik denk Lieke, dat juist iedereen verliefd op je zou worden. Je zei een paar dagen geleden dat je onregelmatig was en dat vond ik grappig. Onregelmatig, een prachtig woord toch?

Liefs,

David Pefko

* Sylvia Plath – De dagboeken 1950-1962 – Privé Domein nr. 255, bladzijde 25

reacties >
 

Mooie liefdesbrief en prachtige Plath quote David. Heb je deze brief ook echt verzonden aan “L” of Lieke?

Reactie van Peter, November 5, 2009 @ 1:18 am

 

Tja David, dat serieuze kan blijkbaar niet meer tegenwoordig. Misschien moet je het eens bij Flarf proberen, of even een leuk slamgedicht schrijven?

Reactie van Lieke, November 5, 2009 @ 1:59 pm

 

@ Peter,
Als je dit als liefdesbrief ziet vraag ik me af of je ooit een liefdesbrief hebt gekregen.
@ Lieke,
Het is zonde ja. Ik ga actief flarffen en slammen en daarna, na mijn drukke slam of flarf-avond (ik neem aan dat die in de avond plaatsvinden) ga ik naar huis en stop ik mijn hoofd in een oven.

Reactie van David Pefko, November 5, 2009 @ 3:00 pm

 

Ik vond net een goed gedicht van iemand die ook haar hoofd in een oven stopte op google en dat heb ik toen gekopieerd, nu is het van mij! Mine, mine, mine! I have done it again! One year in every ten I manage it!

Reactie van Lieke, November 5, 2009 @ 4:12 pm

 

Ik zie de bundel al liggen bij Atheneum! Dat doe je natuurlijk ook snel met de technieken van tegenwoordig… Maar goed, jammer dat mensen zo slecht tegen zoveel aardigs kunnen. Moet die oven warm zijn, of gaat het ook zonder warmte goed?

Reactie van David Pefko, November 5, 2009 @ 4:24 pm

 

Ik heb heel lang het beeld van een zwartgeblakerde Sylvia Plath voor ogen gehad, maar ik geloof dat het een gasoven was. Dat komt goed uit, want de stroom valt hier voortdurend weg, en daar heeft gas geen last van. Waar die mensen last van hebben, geen idee, misschien leven ze onder een bell jar of zijn ze niets meer dan een paar manke sheep in fog? De bundel moet sowieso naast dat vaginaboek van ‘Tina Weemoed’ liggen, dat is nog eens wat anders dan een onschuldige brief waarin het woord liefde, wat, twee keer, in universele context, wordt genoemd

Reactie van Lieke, November 5, 2009 @ 4:34 pm

 

Inderdaad, met een gasoven zit je altijd goed. Plath zoende haar twee kinderen vaarwel, plakte de kieren van de deuren goed af en gebruikte de oven zonder vuur. Geen idee, ik denk dat veel mensen zulke teksten niet gewend zijn. Maar krijg prachtige mail, dat snap je. Doodzonde dat Tina Weemoed niet een paar maanden later met haar boek kwam, anders stonden we erin, tussen Jan Tromp en Matthijs van Nieuwkerk…

Reactie van David Pefko, November 5, 2009 @ 5:32 pm

 

brei > brij!
Verder geniet ik erg van je schrijverij.
Henk Pieter

Reactie van hp berkman, November 5, 2009 @ 6:02 pm

 

Een werkelijke liefdesbrief heb ik nog nooit in mijn leven ontvangen, wel eens een aanzet die erg leek op de brief die u bij briefopbestelling heeft gekocht (aan uw hond)
Zelf schreef ik wel liefdesbrieven maar zonder ooit een antwoord of het gewenste effect.
Ergens hier noemt men u de ‘voorlopig laatste romanticus’, ik denk dat we kunnen stellen dat u gewoonweg die Laatste Romanticus bént als u deze brief niet als liefdesbrief beschouwd. Mijn interesse naar een echte liefdesbrief van uw hand is natuurlijk ook gewekt. Kan ik die hier nog lezen binnenkort?
Over Sylvia Plath: ze scheen ook haar kinderen nog van een ontbijt te voorzien voordat ze zelfmoord pleegde, dat is dan weer correct, niet?
groet,
Peter

Reactie van Peter, November 10, 2009 @ 2:16 pm

 
Naam:
E-mail:
Website: