MIDDAG

8 December, 2009 (16:00) | Guus Middag

MIDDAG I

Waarom hangt er in elke Nederlandse winkel een klok? Dat is om er rond het middaguur op te kunnen kijken.

Het gaat zo: de middenstander ziet de klant binnenkomen, kijkt hem aan, kijkt op de klok, kijkt weer naar de klant, met een zweem van een glimlach om zijn lippen en een begin van een bevestigende knik en zegt dan, al naar gelang het tijdstip: “Goedemorgen” of “Goedemiddag”. Het kan ook omgekeerd. Dan neemt de binnentredende klant het initiatief. Er zijn ook ingewikkelder varianten waarbij een van de twee zichzelf verbetert of juist in samenspraak met de ander tot het gedeelde inzicht komt dat het toch nog morgen, of juist net middag is.

Er zit iets krampachtigs bij, en iets dwangmatigs – alsof het een eerste teken van aftakeling is als je nog denkt dat het ochtend is als de middag al is aangebroken. Het lijkt mij een typisch Nederlands verschijnsel, al heb ik geen bewijzen voor die veronderstelling. Als er een Handboek voor de Nederlandse Volkscultuur bestond, zou het erin terug te vinden moeten zijn, bij het hoofdstuk ‘Middenstandsgebruiken’. Ik weet nog niet goed wat de functie ervan is. Misschien is er geen functie – zoiets als een kuchje, voordat je iets gaat zeggen. Misschien is het alleen maar een symbolische handeling – een manier om een wederzijdse drempel van verlegenheid over te gaan. Het zijn maar een paar seconden, hooguit. Aarzeltijd, aftasttijd, passagetijd. Tijd waarin het ijs kan worden gebroken.


MIDDAG II

Ik ken het verschijnsel al lang, en ik weet dat het nog steeds bestaat, en ik doe er zelf ook wel eens aan, als ik mij wat opgelaten voel. Ik kan me niet herinneren er ooit iets over gelezen te hebben. Maar nu kwam ik het zomaar tegen, beschreven als een socio-cultureel fenomeen, in de roman Zoete mond van Thomas Rosenboom. Het gaat om de in zichzelf gekeerde, sociaal niet erg handige Rebert van Buyten die nog niet zo lang geleden in het dorp Angelen is komen wonen. De passage kan zo opgenomen worden in een inburgeringscursus, als praktijkvoorbeeld in het hoofdstuk ‘Gezellig winkelen: hoe doen we dat hier?’

“Na drie weken had hij nog met niemand gepraat, maar in de winkels begon men hem allengs te herkennen, daarna te groeten, en toen richtte de slager de vaste middenstandsgrap voor de eerste keer ook tot hem: ‘Goedemorgen…’- een snelle blik op de klok – ‘o nee: middag!’

Wie was hij om er niet om te lachen? Met moeite trok hij een glimlach, maar het was of zijn gezicht van droog leer was en het pijn deed om het te vouwen.

Toch deed hij het nu voortaan zelf ook, altijd als hij rond het middaguur een winkel binnen stapte en er geen andere klanten waren: dan groette hij zelf als eerste; dan begon hij met een langgerekt ‘Goede…’; dan zweeg hij om zijn horloge te raadplegen; dan maakte hij zijn groet af met een bevrijdend ‘-morgen!’ ofwel ‘-middag!’, al naar het voor twaalven was of erna, waarna er aan de andere kant van de toonbank een lach opklonk en hij even, uit alle macht, zijn gezicht vertrok.”


MIDDAG III

Het onderwerp heeft al langer mijn belangstelling. Dat komt natuurlijk ook door mijn achternaam. Met mijn achternaam erbij zijn er binnen het genre van het stijve grapje heel wat extra mogelijkheden. Soms moet ik rond het middaguur naar een bedrijf of instantie bellen. De telefonisten of telefonistes van bedrijven en instellingen zijn altijd erg gevoelig op het punt van de tijdsaanduiding. Dat hoort bij hun vak. Die gesprekjes gaan zo:

- [Middag heeft het nummer gedraaid en wacht nu tot er aan de andere kant opgenomen wordt]

- Goedemiddag – oh nee: het is nog morgen, zie ik! Goedemorgen! Bedankt voor het wachten. Dit is de dierendokterscentrale. Wat kan ik voor u doen?

- Ja, eh, goedemorgen, met Guus Middag.

- Ja, goedemiddag, meneer Middag. Oh nee, goedemorgen!

- Ja, eh, goedemorgen, dit is Guus Middag. Is de dierenarts er ook?

- Nee, meneer Middag. De dokter loopt nog visite vanmorgen. Eh, nee; ik bedoel: vanmiddag. Eh, nee: vanmorgen én vanmiddag, meneer Middag.

- Dank u wel. Goedemorgen.

- Goedemorgen, meneer Middag. Eh, nee: goedemiddag, meneer Morgen. Eh – omgekeerd!

reacties >
 

Goedemorgen, Guus Middag. Wat schrijf je een elegante columns. Je maakt me jaloers met die verfijnde opmerkingsgave van het alledaagse. En in het voorbijgaan laat je ons genieten van dat meesterlijke beeld van Thomas Rosenboom: ‘een gezicht van droog leer’ dat ‘pijn deed om het te vouwen.’

Reactie van Paul Beers, December 9, 2009 @ 10:51 am

 

leuk stukje, ik doe dat ook vaak
een manier om wat contact te krijgen
wat moet je anders?
handig om zo’n achternaam te hebben

Reactie van rein swart, December 10, 2009 @ 8:49 am

 

Mijn ervaringen,in Frankrijk wonend:
men komt de winkel binnen en men zegt: bonjour en wanneer men vertrekt rond het middaguur dan zeggen beide partijen, bon appétit.
Heel leuk is dat in de Nièvre bij het verlaten van winkel of café gezegd wordt aan de klant: bon soirée, ok als het nog ochtend is.
Met andere woorden, ik zie U vandaag misschien niet meer, maar alvast een goeden avond.
Met vriendelijke groet
eduard danser

Reactie van eduard danser, December 14, 2009 @ 7:30 pm

 

Prachtig idd!!

Reactie van Jasja, December 14, 2009 @ 9:15 pm

 

Als het ’s ochtends tegen twaalven loopt, heb ik veel liever dat men mij goedemiddag wenst. Daar heb ik dan veel meer aan dan aan een goedemorgen. Dus als iemand op de beschreven manier (”oh nee, morgen”) grappig wil zijn, heb ik een ijzersterke comeback al zeg ik het zelf.

Reactie van Klaas Bil, December 14, 2009 @ 11:06 pm

 

Ik vind het nogal onzinnig om zo’n 2 minuten voor 12 een ‘goedemiddag’ te corrigeren in ‘goedemorgen’. Als men dan zo precies is, wenst men je eigenlijk slechts 2 ‘goede minuten’. Die middag ligt dan nog voor ons; daar heb je nog eens wat aan, als die goed zou wezen!

Reactie van Line Wiener, December 14, 2009 @ 11:07 pm

 

Mijn ervaring in Frankrijk is dat men met ” soirée” in “bonne soirée” de tijd na de sieste en/of goûter bedoelt. Dus niet de vroege namiddag,maar de late.

Reactie van Joke moormann, December 16, 2009 @ 4:24 pm

 

Hartelijk gelachen om middag III. Zou zo een cabaretnummer kunnen zijn. Doet me denken aan dialogen tussen Piet Muyselaar (Muiselaar?) en Willy Walden -de naam van de typetjes ben ik kwijt- die de ene vergissing op de andere stapelden. Nog verder uit mijn lagere schooltijd: de klassieke mop van pudding en gisteren.

Reactie van Ad Eikenaar, December 22, 2009 @ 6:52 pm

 
Naam:
E-mail:
Website: