Geheim Dagboek

2 January, 2010 (14:32) | Blog, Koen Hilberdink

Waarom schrijft iemand een dagboek? Waarom publiceert iemand een dagboek? En hoe eerlijk ben je als je weet dat het dagboek ooit wordt gepubliceerd? Deze vragen stelde ik in januari 1984 aan de Zeeuwse dichter, criticus en romanschrijver Hans Warren tijdens een interview voor een inmiddels verdwenen Nederlandse krant. Toen ik hem opzocht in zijn huis Kloetinge nabij Goes, waren er inmiddels drie delen van zijn Geheim dagboek verschenen, die alle positief door de pers en lezers waren ontvangen. Velen waren geraakt door de on-Nederlandse en onbeschaamde eerlijkheid waarmee hij schreef over zijn jeugd in Zeeland, het ‘foute’ gedrag van zijn vader tijdens de Tweede Wereldoorlog, het tot mislukken gedoemde huwelijk met de Engelse Mabel en zijn eerste homoseksuele contacten.

Warrens dagboeken waren vanaf zijn vroege jeugd voor hem een uitlaatklep geweest, een manier om zijn gedachten te ordenen en een oefening in schrijven, zo vertelde hij mij. Zijn uitgever had hem aangeraden ze te publiceren, omdat die ervan overtuigd was dat dit het beste proza was dat hij had geschreven. Hij had sans gêne toegestemd en afgesproken werd dat ook zijn toekomstige dagboeken zouden worden gepubliceerd. Voor de eerlijkheid van het dagboek maakt dit niet uit, verzekerde Warren mij.

Warren was er toen ik hem voor een gesprek benaderde nog steeds onder de indruk van het succes en genoot ervan, wat bleek uit het feit dat hij voor een gesprek over zijn dagboeken met een onbekende journalist een hele dag uittrok. ‘Ervaring leerde dat ‘s morgens hier arriveren, samen lunchen en verder praten bevredigend verloopt’, schreef hij mij. Hij kon ook op elk door mij voorgesteld tijdstip. Ons gesprek duurde inderdaad bijna een hele dag en was uiterst plezierig, evenals de lunch die tot in de puntjes was verzorgd door zijn partner Mario (ik herinner me vooral het tafelzilver en de luxe broodjes).

Met Geheim dagboek had Warren nationaal weten door te breken, want met het reeds gepubliceerde werk was hij vooral bekend in Zeeland. Zijn productie was in 1984 overigens al respectabel. Hij had als dichter in 1946 gedebuteerd met Pastorale, waarna vele bundels waren gevolgd. Poëzie voor een kleine groep liefhebbers, zou je kunnen zeggen, met een enkele keer een succesvolle uitschieter. Van Zeggen wat nooit iemand zei uit 1976 verschenen bijvoorbeeld twee herdrukken, maar daarin waren dan ook vertalingen van Kavafis opgenomen. En zijn proza? De romans Steen der hulp (1975) en Demetrios (1976) zijn middelmatig en werden door de kritiek en de lezers aanvankelijk nauwelijks opgemerkt. Daarnaast schreef Warren vanaf 1951 wekelijks literaire kritieken voor de Provinciaal Zeeuwse Courant, wat hij tot zijn dood zou blijven doen.

Ik las op nieuwjaarsdag het onlangs verschenen eenentwintigste deel van Geheim dagboek dat de jaren 1998-2000 beslaat. Dit zal neem ik aan het laatste deel zijn, want Warren stierf in 2001en het deel over zijn sterfjaar werd al eerder gepubliceerd. Tijd voor het opmaken van een balans dus.

Warren is mij als persoon en als dagboekschrijver na de eerste ontmoeting lange tijd sympathiek gebleven, maar in de laatste delen is hij mij gaan irriteren. De ergernis ontstaat niet zozeer door dat je te veel leest over zijn fysieke ellende -  gedoe met zijn lever, indigestie en noem maar op – en het gedrag van zijn bijna tirannieke partner, maar doordat je na al die jaren tot de conclusie moet komen dat Warren nergens blijk geeft te beschikken over een grootse visie en gespeend is van elke vorm van humor. Hij maakt zich vooral druk over slecht eten in veel te dure restaurants  – ze eten vaak kreeft en kwartels – , de prijzen van aan te schaffen kunstwerken en hij is vaak ‘kleintjes’ over mensen in zijn omgeving. Warren is geen interessante denker; zijn gedachten blijven altijd dichtbij huis.

Een enkele keer realiseert Warren zich hoe oppervlakkig hij is, maar zo’n inzicht leidt dan weer tot naïef geklaag: ‘Hoe zal men er later over oordelen dat ik nog geen woord heb gewijd aan de troebelen in Joegoslavië […]Ik ben begaan met de slachtoffers, het brengt de benauwenis van de jaren 1939-1945 terug. Ik weet ook geen oplossing. Ja, die ene droom die ik al zo lang koester: alle mensen wereldburgers, alle grenzen geslecht, al die domme, onverdraagzame godsdiensten afgeschaft.’

Op grond van dit soort passages ga ik in dit deel ook weer twijfelen aan de authenticiteit van Geheim dagboek.  Een ‘echte’ dagboekschrijver maakt zich niet druk over zijn lezer. Warren zelf heeft -  het kan misschien ook niet anders – in de loop der jaren volgens mij aan eerlijkheid moeten inboeten en te vaak richt hij zich tot de lezer, waardoor hij de intimiteit van zijn werkkamer al tijdens het schrijven verbreekt. Voor een dagboek de dood in de pot. De opdracht tot het einde eerlijk te blijven, is een onmogelijke gebleken. Nog een voorbeeld. Als Warren en zijn vriend Mario in Brussel een tentoonstelling hebben bezocht, schrijft hij bijvoorbeeld: ‘Eerst kwamen we in zo’n voorstelling van ‘moderne kunstjt’ terecht, zoals wij dat noemen’. De uitleggerige woorden ‘zoals wij dat noemen’ laten zien dat hij zich bewust is van een lezer. Of zijn deze woorden van Mario? Hij blijkt de dagboeken die worden gepubliceerd namelijk niet alleen te corrigeren, maar ook inhoudelijk aan te passen. Op pagina 131 staat tot mijn grote verbazing bijvoorbeeld: ‘M. is klaar met het corrigeren van het nieuwe dagboekdeel. Ik verbaas me over de grondigheid van zijn werk, hij haalt er vrijwel alles uit wat rammelt.’ Als Warren hier wel eerlijk is, dan is het ergste te vrezen voor de dagboeken die na Warrens dood zijn verschenen.

Warren evalueert ook in dit deel zijn positie in de Nederlandse literatuur. In een eerder deel schrijft hij nog steeds te wachten op een belangrijke nationale literaire prijs – hij werd vooral gehuldigd in Zeeland – , nu is hij realistischer. Hij schrijft over de houdbaarheid van het werk van Reve, dat volgens hem eerder blijft dan dat van Hermans en zeker meer dan dat van Mulisch, die hij een ‘handige zwendelaar’noemt. En over zichzelf: ‘M. vindt mij, toch nog steeds, een geweldige dichter. Maar verder denkt niemand er zo over.’

Hans Warren heeft zijn hele ziel en zaligheid op straat moeten leggen om een bekende Nederlandse auteur te worden. Wat hem als dichter en romancier niet lukte, lukte hem wel als auteur van Geheim dagboek. Zijn eerlijkheid bracht hem roem, want het publiceren van je dagboeken was op deze manier niet eerder in Nederland vertoond. Dat was moedig. Hij werd gevraagd voor vertalingen, het samenstellen van bloemlezingen en poëziekalenders en verscheen op radio en televisie. Maar nu ook die eerlijkheid van zijn Geheim dagboek in twijfel moet worden getrokken en blijkt dat in 21 delen vooral geklaagd wordt over moeizame relaties, het eten in restaurants en dure kunsthobby’s, blijven voor mij alleen zijn vertalingen, poëzie en proza over. En wat daarvan te vinden? In zijn dagboek heeft hij de sleutel tot een goede evaluatie van zijn werk gegeven; het is er een indirect commentaar op. Net als in zijn dagboeken blijft Warren ook in zijn gedichten en romans te dicht bij huis en weet hij het anekdotische en particuliere zelden te overstijgen. En dat is te weinig voor een kunstenaarschap dat beklijft.

Koen Hilberdink

reacties >
 

De authenticiteit van Warrens dagboek zit hem volgens mij niet zozeer in die bewustheid van publicatie vanaf pakweg 1980. Als je alle dagboekdelen gelezen had (en niet alleen 1-3, zoals iedereen destijds) en deel nu plus deel laatst, dan kon je weten dat er een hoop gecomponeerd is in die delen, en dat is ook helemaal niet erg. Filosofie is in een dagboek ook niet nodig, zelfs niet zo gewenst. Filosofische rimram is vaak heel irritant op den duur.

De waarde van het dagboek van Warren is de consequent doorgevoerde lijn: kunst, vogeltjes en eten. Klein gezeur; gebrek aan ontwikkeling. That’s it. Zeker.

Maar juist dat levenslang volgehouden gezeur maakt hem sympatiek voor mij: hoeveel ontwikkeling maakt een gewoon mens nou door in zijn leven? Ik denk dat de mogelijkheden beperkt zijn, maar niet helemaal nul. Hans Warren boekhoudt, boekstaaft dat proces van constantheid met de precisie van een ambtenaar van de burgerlijke stand, en wel levenslang.
Het dramatische zit hem in die consequentie: dat aftakelen tegen het eind is heel informatief, ontluisterend én magnifiek. Wie doet dat nou, tot anderhalve dag voor zijn dood? Geen Nederlander totnutoe. En dat is dus uniek.

Het componeren van de heren is volgens mij een functioneel gegeven in dat hele proces.

Reactie van Kees van Dijk, January 11, 2010 @ 1:44 am

 

Ik besprak een tweetal delen ooit voor Vrij Nederland. De irritatie over al die recensies van restaurant-eten in de latere delen deel ik helemaal. Maar na (her)lezing van de 3 laatste delen, ben ik sinds ongeveer een maand gewoon weer eens bij het begin begonnen (en momenteel tot deel 10 gevorderd). Dan is het toch fascinerende lectuur, dat Geheim Dagboek. In die vroege delen is Warren heel eerlijk en eigenlijk zelfs heel moedig (ook tegen zichzelf) over zijn homoseksuele verlangens en zijn dichterlijk vermogen. Hij blijkt met zijn verlangens veel minder moeite dan Reve in diezelfde tijd mee te hebben (zoals ik nu weet van Nop Maas). En er blijkt in de provincie (en later in Parijs) onverwacht veel mogelijk. Voor een deel verklaar ik dat uit Warrens wereldvreemdheid, maar toch ook wel uit een soort aangeboren neiging om zich niets van de publieke opinie of politieke correctheid aan te trekken. Ik ben benieuwd of bij verder lezen mijn nieuw enthousiasme intact blijft.

Ik heb overigens altijd gedacht, dat vroeg of laat de gepubliceerde delen eens met het origineel zouden moeten worden vergeleken, om te kunnen beoordelen wat voor ingrepen er plaats gevonden hebben. Vriend Mario gedroeg zich bij Warrens leven al vaak als partner die onvermijdelijk moest eindigen in de (door ik meen Annie Romein) ooit beschreven rol van gehate literaire weduwe, c.q. weduwnaar.

Reactie van Wim Hottentot, January 11, 2010 @ 9:02 pm

 

De relatie tussen het origineel van het dagboek en het gecomponeerde resultaat in boekvorm is, zoals Wim Hottentot tereacht opmerkt, natuurlijk van flink belang. Hoe zit dat dan? Ik ben wel benieuwd. Duidelijk is dat er in de afzonderlijke delen sprake is van afronding. De storm waardoor he huisje wellicht weggeblazen wordt aan het slot van een van de latere delen, mag zelfs getypeerd worden als een cliff hanger. Ook het door mij geliefde ritme in de opeenvolging van onderwerpen lijkt doorgecomponeerd. Soms lijkt het op cantates van Bach. Mario of Hans? Waarschijnlijk een dankbare mogelijkheid voor de redacteur op basis van het voorhanden materiaal. Boeiend onderzoek naar die verhouding, uiteraard.

De gehate rol van literaire weduwnaar zou mee kunnen vallen in dit geval: de dagboekcahiers zijn overgedragen aan de door beide heren zeer gewaardeerde Provinciale Zeeuwse Bibliotheek. Dus er zou sprake kunnen zijn van een zekere vorm van gegarandeerde openbaarheid.

Reactie van Kees van Dijk, January 23, 2010 @ 11:34 pm

 
Naam:
E-mail:
Website: